| Het Groenekan-lied |
|
| maandag, 02 april 2007 17:05 |
|
Er staat een huis aan de rand van oud Groenekan, waar ik voor bezoek bij grootmoeder kwam. Nu zit een vreemde meneer in 't kamertje voor en ook die heerlijke zolder werd tot kantoor. Alleen de bomen dromen hoog boven het groen en tussen bloemen zoemen er hommels en bijen als toen. Aan de Groenekanse tuinen heb ik heel mijn hart voor altijd verpand, Groenekan vult mijn gedachten als het mooiste dorp in ons land. Al die Groenekanse mensen, al die weelde tussen snelweg en trein, niemand kan zich beter wensen dan een Groenekanner te zijn. ‘k Heb veel gereisd en al vroeg de wereld gezien en nimmer kreeg ik genoeg van 't reizen nadien. Maar altijd bleef er een sterk verlangen bestaan naar Utrechts Dom en narcissen in bos Voordaan. Alleen de bomen dromen hoog boven het groen en tussen bloemen zoemen er hommels en bijen als toen. Aan de Groenekanse tuinen heb ik heel mijn hart voor altijd verpand, Groenekan vult mijn gedachten als het mooiste dorp in ons land. Al die Groenekanse mensen, al die weelde tussen snelweg en trein, niemand kan zich beter wensen dan een Groenekanner te zijn. |




